Historische vaardigheden: structuurbegrip oorzaken

Oorzaken zijn zaken/factoren waardoor iets in gang wordt gezet. Oorzaken zijn meestal dingen/zaken: economische oorzaken, politieke oorzaken.

  • Als mensen iets in gang zetten, dan wordt gesproken over redenen, motieven (van mensen, regeringen, steden, gilden, enz.).
  • ‘Geef oorzaken’, ‘noem oorzaken’ komen als vraagvorm geregeld voor.
  • Vaak komt het woord ‘oorzaak ’niet voor in de vraag, maar wordt toch naar oorzaken, redenen of motieven gevraagd. Dit gebeurt met vraagvormen als: waardoor, geef een verklaring, verklaar.
  • Vaak wordt naar een bepaald type oorzaak gevraagd, waarbij vooral de eerste in onderstaand rijtje de allerbelangrijkste is:             
    • politieke
    • economische
    • sociale oorzaken
    • hoofdoorzaken en oorzaken van minder belang
    • binnen- en buitenlandse oorzaken.

In bijna geen enkele situatie is er maar één oorzaak (monocausaliteit), maar zijn er meer oorzaken (multicausaliteit). Daarom zijn die verschillende soorten oorzaken belangrijk.

Vragen over indirecte, directe oorzaken en ‘aanleiding’ (meest directe oorzaak) kwamen de laatste jaren bijna niet meer voor op het eindexamen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.