Historische vaardigheden: structuurbegrip verandering

Bij vragen over verandering/ontwikkeling is het belangrijk om te weten:

  • Over welke tijd/periodes de vraag gaat en wat de verschillen/overeenkomsten tussen deze twee periodes zijn.
  • Dat verandering te maken heeft met woorden als: groei, bloei, ontwikkeling, neergang, achteruitgang, stagnatie, daling, stijging. Bij vragen over verandering volg je vier stappen:

                1. Je schrijft de vraag als beginzin van je antwoord op.

                2. Je beschrijft hoe de situatie was in de eerste periode.

                3. Je beschrijft hoe de situatie was in de tweede periode.

4. Je sluit af met ‘en deze nieuwe situatie kwam doordat’ …

Er zijn verschillende types verandering:

  •   Een zeer langzame verandering/ontwikkeling: evolutie;
  •   Een snelle, plotselinge, totale verandering: revolutie.
  •   Veranderingen op korte termijn (direct na een gebeurtenis)
  •   Veranderingen op lange termijn (veranderingen die pas na een tijd duidelijk worden).

Verschil tussen ontwikkeling en verandering.

  •  Ontwikkeling gaat vooral over iets positiefs: groei, groter worden.
  •  Verandering kan zowel positief of negatief zijn.

Vooruitgang kan dus een ontwikkeling genoemd worden, maar een achteruitgang niet; achteruitgang is een negatieve ontwikkeling.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.