Kenmerkend aspect 11: de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

 Rechtenplichten
Eigenaar van het domein (abt of edele)Deel van de opbrengst innenVroonland wordt bewerkt door de boerenBescherming biedenVoorzieningen als molen, smidse, bakkerij, weverij faciliteren
Horige boerBeschermingEen eigen stukje land om voor eigen gebruik te verbouwenEigen woning/hoeveOnderhouden en bewerken van het vroonland (herendiensten)Afstaan van oogst als belasting
Vrije boerEigen land en hoeveHeer bijstaan tijdens militaire veldtochtenAfstaan van oogst als belasting
LijfeigenenKost en inwoningBewerken van het vroonlandWerken in dienst van de heer op het domein

Een agrarisch-urbane samenleving is een samenleving met veel landbouw en weinig steden en handel. Het is zelfvoorzienend (autarkie). De meerderheid van de boerenbevolking leeft op de domeinen van kloosters of kastelen. Dit domein- of hofstelsel heeft een heldere hiërarchie van rechten en plichten.


Een landgoed/domein waren altijd in twee stukken opgedeeld:

  • Vroonland: land van de edelman zelf. Het centrum werd gevormd door het vroonhof (woonhuis). Verder bestond het ook uit akkers, weiden en bos. Dit werd onderhouden door lijfeigenen.
  • Hoevenland: land verdeeld in boerderijen wat vrijen en horigen konden pachten.

Een hofstelsel is een economisch systeem van een door vrijen en horigen bewerkt landgoed. Door het wegvallen van het Romeinse gezag, verdween de handel. Dit kwam weer op door Dorestad (havenstad). Dit werd een handelsstad op internationaal niveau. Om ervoor te zorgen dat het werk goed en op tijd gedaan werd, zorgden de heren voor kalenders die per maand uitbeeldden welk werk er in die maand op het land gedaan moest worden.

bron: geschiedeniswerkplaats

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.