Kenmerkend aspect 21:de protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg heeft

Steeds meer gelovigen stoorden zich aan de luxe waarin de hoge geestelijkheid leefde, aan het streven naar wereldlijke macht van de paus en aan de slecht opgeleide priesters. Critici en ketters werden door de kerkelijke rechtbank (inquisitie) veroordeeld. Erasmus schreef zijn kritiek op in ‘Lof der Zotheid’, maar bleef de kerk trouw. In 1517 stelde Luther de 95 stellingen op. Hij wilde oorspronkelijk slechts een kerkhervorming (reformatie). Luther had vooral kritiek op de aflaathandel. Hij vond dat je alleen verantwoording aan God hoefde af te leggen. De Bijbel was het woord van God en moest door iedereen gelezen kunnen worden (statenbijbel). Luther vond wel dat je moest luisteren naar de vorst.

De godsdienstdiscussie leidt tot grote spanningen, strijd en een splitsing van de kerk in een rooms-katholieke en protestantse richting. Het ontstaan van de lutherse kerk leidde tot een godsdienstoorlog tegen keizer Karel V. In 1555 kwam de Augsburgse Godsdienstvrede. Het protestantisme en het katholicisme kregen gelijke rechten.

In Frankrijk kreeg Calvijn veel aanhang. Hij vond dat een geestelijke de Bijbel in begrijpelijke taal moest uitleggen en dat de kerken geen afleidingen mochten hebben. Hij had ook het predestinatieleer: al voor geboorte stond vast of iemand na de dood in de hemel zou komen. Een belangrijk punt was dat Calvijn vond dat je in opstand mag komen tegen de koning, als hij niet leefde naar de wetten van God. Zijn aanhangers (hugenoten) hadden vaak conflicten. In 1598 kwam het Edict van Nantes waarin stond dat elke Fransman recht had op gewetensvrijheid. De katholieke kerk kwam met de contrareformatie: er moesten priesteropleidingen komen, maar verder bleef veelal hetzelfde.

bron: geschiedeniswerkplaats

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.