Kenmerkend aspect 9:de verspreiding van het christendom in geheel Europa

Door de nauwe samenwerking tussen de paus en Karolingische vorsten, groeiende rijkdom en een goed georganiseerde kerk werd het succes van het christendom versterkt. Het geloof werd gebruikt om eenheid te creëren wat nauwe samenwerking tussen koning en kerk vereist. Ze steunden elkaar. De eerste Frankische koning die overging tot het christendom, was Clovis. Er werden kloosters gesticht waarin men leefden volgens leefregels (celibaat, gehoorzaamheid, hard werken en armoede).

Het christelijke geloof werd verspreid door missionarissen. Missionarissen werden door Europa gestuurd om heidense volken te kerstenen (bekeren). Paus Gregorius I de Grote (590 – 604) deed veel om het geloof te verspreiden. In 690 kwam missionaris Willibrord om het gebied van de Friezen te kerstenen, maar de Friezen gaven veel verzet. Willibrord en Bonifatius gingen samenwerken. De Friezen bleven zich verzetten en doodden in 754 Bonifatius. Kerken waren erg rijk geworden door schenkingen (om een plaats in de hemel te krijgen). Kloosters gaven in ruil voor de geschenken armen- en ziekenzorg en onderwijs.

De palts van Karel de Grote in Aken werd beschouwd als het politieke en culturele centrum van zijn rijk. Het werd gebouwd naar klassieke voorbeelden, want Karel zag zijn Frankische rijk als een voortzetting van het Romeinse Rijk. We noemen deze periode de Karolingische Renaissance vanwege de belangstelling voor de Klassieke Oudheid.

bron: geschiedeniswerkplaats

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.