Kenmerkend aspect 7:de confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noord-West Europa

Rond 50 begonnen de Romeinen met het aanleggen van de limes (verdedigingssysteem van legioenskampen en wachttorens langs de Rijn en de Donau). Het bood bescherming tegen de Germaanse plundertochten. In de veroverde gebieden lieten de Romeinen de machtsstructuur met rust. Ze sloegen opstanden neer en als leiders meewerkten schonen ze bijvoorbeeld het Romeinse burgerrecht (je kon alleen berecht worden door de Romeinse rechtbank). Germaanse goden werden gekoppeld aan een Grieks-Romeinse god. Er is dus sprake van wederzijdse beïnvloeding.

Van 211 – 284 (3e eeuw) was er sprake van een economische en politieke crisis in het Romeinse Rijk. Dit was ontstaan doordat legeraanvoerders de macht grepen. Elke soldatenkeizer probeerde zich geliefd te maken bij de soldaten door soldij telkens te verhogen en premies te geven. Aan Germaanse stammen werden afkoopsommen betaald om plunderingen te voorkomen. Vanaf 250 stonden alle grenzen onder druk vanwege de oorlogen tegen Goten, Bourgondiërs, Franken, Alemannen en Perzen.

Keizer Diocletianus (284 – 305) maakte een eind aan de chaos en het rijk werd een tetrachie (in 4 stukken gedeeld). Het West-Romeinse deel en het Oost-Romeinse deel kregen elk een keizer met een onderkeizer. Elk deel had een eigen hoofdstad. Er kwam voor het eerst een scheiding tussen militair en burgerlijk bestuur. Het leger werd opgedeeld in een vast grensleger en mobiele troepen. Er kwam een aanpassing in het belastingstelsel: een boer zat vast aan zijn grond en was afhankelijk van grootgrondbezitters. De lijst van Diocletianus voor maximumprijzen werkten echter niet. Wel werd het Romeinse recht overzichtelijker. Het recht bestond uit uitspraken en opmerkingen van vroegere rechters. Keizer Justinianus maakte van deze verzameling een soort wetboek.

De regeling van ‘de keizer wordt opgevolgd door zijn onderkeizer’ werd niet nageleefd. In 306 werd Constantijn keizer, terwijl hij niet de onderkeizer was. Het werd een burgeroorlog die Constantijn won in 312 bij de slag bij de Milvische brug. Na keizer Theodosius werd de scheiding Oost-West definitief. 2 maatregelen van Constantijn hebben het Romeinse Rijk overleefd:

  • 324 werd Constantinopolis de hoofdstad van het Oosten
  • Er werden waardevaste gouden munten ingevoerd, die solide bleef tot de 11e eeuw

Rond 375 kwamen de Hunnen in Europa. Door het Oosten werden hun plunderingen afgekocht, maar dit kon het westen zich niet veroorloven. De 5e en 6e eeuw is de tijd van de Volksverhuizingen. Germanen gingen zich vestigen in het West-Romeinse Rijk. In 476 zette een Germaanse generaal in Italië de keizer af. Dit was het einde van het West-Romeinse Rijk.

De Bataafse opstand (69-70) werd uitgevoerd onder leiding van Julius Civilus. Hij werd onterecht beschuldigd tot verraad en streed met de Bataven (verdedigers van Romeinse noordgrens) tegen de Romeinen.

bron: geschiedeniswerkplaats