Kenmerkend aspect 18:het begin van de Europese overzeese expansie

In 1415 heroverden de Portugezen de Marokkaanse havenstad Ceuta op de Moren. Het voornaamste doel van de Portugezen, en later ook de Spanjaarden, was om de Reconquista voort te zetten. Ze voeren langs de Afrikaanse kust naar Indië (Azië) en namen specerijen mee naar Europa. Bij de Goudkust onder de Sahara worden de eerste, winstgevende plantages gesticht waar de Afrikaanse bevolking als slaven worden ingezet. De handel met Indië is in handen van Arabische tussenhandelaren. De Portugezen willen een eigen route naar Indië vinden, via Afrika.

Columbus werd door Spanje naar het westen gestuurd en dacht daar Indië te hebben bereikt. Amerigo Vespucci (1454 – 1512) ontdekte dat Columbus eigenlijk een Nieuwe Wereld had ontdekt. Cartografen brachten de nieuwe zeeroutes en ontdekte gebieden in kaart en verbeterden dus het wereldbeeld.

Spaanse conquistadores vielen de inheemse bevolking van Amerika aan. Als beloning kregen ze een groot landgoed in Amerika. Met de encomienda werd de lokale bevolking tot het christendom bekeerd: elke Spanjaard kreeg een paar indianen om ze te onderrichten in het katholieke geloof. In 1542 kwamen de Nieuwe Wetten waarin oorspronkelijke bewoners rechten kregen en volwaardige mensen werden. Het was het begin van de Europese kolonisatie. Koloniaal bezit gaf de Europese vorsten macht en aanzien.

Zo ontstond ook de handelsdriehoek tussen Europa, Afrika en Amerika. Europa leverde aan Afrika wapens en textiel. Afrika leverde slaven aan Amerika en Amerika leverde parels, koffie, cacao, tabak en katoen aan Europa. Er kwam veel goud en zilver vanuit Amerika naar Europa, wat enorme inflatie veroorzaakte. Holland had aan het eind van de 16e eeuw behoefte om zelf een zeeroute naar Indië te vinden. Jan Huygen van Linschoten reisde met de Portugezen mee en verzamelde informatie over de routes naar Azië. Deze informatie werd doorgestuurd naar Holland.

bron: geschiedeniswerkplaats