Kenmerkend aspect 47:de eenwording van Europa

In 1948 ontstond de Benelux: België, Nederland en Luxemburg starten een douane-unie. Ook was in 1948 de OEES opgericht om de Marshallgelden te verdelen. In 1951 werd de EGKS opgericht (FR, IT, Benelux en West-Duitsland). De deelnemende landen hebben geen eigen beheer meer over de ‘grondstoffen voor oorlog’.

In 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). De Euratom was opgericht om kernenergie vreedzaam te gebruiken en de EEG om een gemeenschappelijke markt in te voeren.

In 1967 werden de EGKS, EEG en Euratom samengevoegd tot Europese Gemeenschap. Dit is economisch een succes en draagt bij aan een sterke economische groei in alle leden. Tussen 1973 en 1986 verdubbelde de EG naar 12 landen. In 1985 sluiten de EG het Schengenakkoord: vrij verkeer van personen en goederen tussen deze landen. Na de val van de Berlijnse muur werden de kansen voor uitbreiding van de Europese Gemeenschap groter.

In 1992 werd bij het verdrag van Maastricht de EG de EU en streefde naar samenwerking en eenwording. De EU bevat nu 28 landen. De EU is een samenwerkingsverband van landen, die alleen op financieel, economisch en milieukundig gebied bevoegdheden hebben overgedragen aan Brussel.

Voor het Europees Parlement zijn weliswaar om de vijf jaar directe verkiezingen, maar in de praktijk heeft dit parlement weinig macht. In de EU bepaalt de Ministerraad het beleid, dat wordt voorbereid en uitgevoerd door de Europese Commissie.

bron: geschiedeniswerkplaats