Canon van Nederland: Erasmus

Desiderius Erasmus is een kritische geest én een verzoener. Veruit het bekendste werk van deze invloedrijke humanist is Lof der Zotheid, waarin hij de draak steekt met de Rooms-Katholieke Kerk. Maar als de protestanten zich afscheiden blijft Erasmus zich inzetten voor kerkelijke hervorming van binnenuit.

Desiderius Erasmus wordt rond 1469 geboren als zoon van een ongetrouwde priester en zijn huishoudster. Na een jeugd langs verschillende kostscholen komt hij in Parijs terecht waar hij theologie gaat studeren. Erasmus is heel erg goed in Latijn en Grieks en weet veel van de klassieke oudheid. Al in zijn eigen tijd wordt hij als een groot geleerde beschouwd.

Humanisme
Erasmus is een vooraanstaande humanist. In het humanisme staat het mens-zijn centraal. Als mens moet je zelfbewust, met veel zorg en aandacht, nadenken over de omgang met jezelf en je omgeving. Op zijn reizen door Europa leert Erasmus andere beroemde humanisten kennen. Via een uitgebreid brievennetwerk onderhoudt hij contact met hen, onder wie de Engelse humanist, filosoof en staatsman Thomas More.

Erasmus publiceert verschillende theologische en humanistische boeken voor een brede lezersgroep. Dankzij de nog jonge boekdrukkunst, uitgevonden rond 1450, wordt deze doelgroep ook bereikt. Boeken drukken kost veel minder tijd en geld dan boeken overschrijven met de hand. Zijn bekendste boek wordt Lof der Zotheid uit 1509, waarin hij de spot drijft met slechte menselijke eigenschappen als gierigheid, ijdelheid en machtswellust. Erasmus geeft zo op satirische wijze commentaar op de machthebbers in kerk en wereld. Dit is niet zonder risico, want de kerk bestraft kritiek. Maar Erasmus omzeilt dit probleem door het personage ‘Zotheid’ als verteller te laten optreden en zo de mensen een spiegel voor te houden.

Bijbelkritiek
Humanisten zijn christen én tekstliefhebber. Erasmus vindt de Latijnse Bijbelvertaling die in de kerk gebruikt wordt niet nauwkeurig en duidelijk genoeg. Hij vertaalt het tweede deel, het Nieuwe Testament, opnieuw uit het Grieks in het Latijn. Erasmus vindt Bijbelkennis voor mensen heel belangrijk. De kerk is er niet blij mee. Vooral geestelijken hebben kennis van de teksten en dragen deze over aan anderen. Erasmus wil dat iedereen het geloof kan ervaren, en hoopt dat alle mensen ooit vertrouwd raken met de Bijbel.

Tijdens Erasmus’ leven vindt er een scheuring plaats in de Rooms-Katholieke Kerk. Kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546) – die voor zijn eigen Bijbelvertaling gebruikmaakt van Erasmus’ vertaling – heeft de hoofdrol in de Reformatie. Erasmus heeft wel kritiek op de Kerk, maar hij gaat niet zover als Luther. Erasmus is niet bereid om met de Rooms-Katholieke Kerk te breken. Hij pleit ervoor meningsverschillen met gezond verstand te overbruggen. Zo toont hij zich een ware humanist. Maar dat hij geen partij wil kiezen, komt hem op kritiek vanuit beide kampen te staan.

Inspiratiebron
In de zomer van 1536 overlijdt Erasmus in het woonhuis van zijn drukker Froben in Basel. Erasmus noemt zich tijdens zijn leven graag ‘Desiderius Erasmus van Rotterdam’. Rotterdam is altijd trots geweest op zijn beroemde stadgenoot. Al in 1549 krijgt hij er een standbeeld en inmiddels zijn ook de Erasmus Universiteit en de Erasmusbrug naar hem vernoemd. Ook daarbuiten leeft zijn naam voort: miljoenen studenten in Europa zijn via het Erasmusprogramma op uitwisseling gegaan.

bron: canonvannederland.nl

Kenmerkend aspect 21:de protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg heeft

Steeds meer gelovigen stoorden zich aan de luxe waarin de hoge geestelijkheid leefde, aan het streven naar wereldlijke macht van de paus en aan de slecht opgeleide priesters. Critici en ketters werden door de kerkelijke rechtbank (inquisitie) veroordeeld. Erasmus schreef zijn kritiek op in ‘Lof der Zotheid’, maar bleef de kerk trouw. In 1517 stelde Luther de 95 stellingen op. Hij wilde oorspronkelijk slechts een kerkhervorming (reformatie). Luther had vooral kritiek op de aflaathandel. Hij vond dat je alleen verantwoording aan God hoefde af te leggen. De Bijbel was het woord van God en moest door iedereen gelezen kunnen worden (statenbijbel). Luther vond wel dat je moest luisteren naar de vorst.

De godsdienstdiscussie leidt tot grote spanningen, strijd en een splitsing van de kerk in een rooms-katholieke en protestantse richting. Het ontstaan van de lutherse kerk leidde tot een godsdienstoorlog tegen keizer Karel V. In 1555 kwam de Augsburgse Godsdienstvrede. Het protestantisme en het katholicisme kregen gelijke rechten.

In Frankrijk kreeg Calvijn veel aanhang. Hij vond dat een geestelijke de Bijbel in begrijpelijke taal moest uitleggen en dat de kerken geen afleidingen mochten hebben. Hij had ook het predestinatieleer: al voor geboorte stond vast of iemand na de dood in de hemel zou komen. Een belangrijk punt was dat Calvijn vond dat je in opstand mag komen tegen de koning, als hij niet leefde naar de wetten van God. Zijn aanhangers (hugenoten) hadden vaak conflicten. In 1598 kwam het Edict van Nantes waarin stond dat elke Fransman recht had op gewetensvrijheid. De katholieke kerk kwam met de contrareformatie: er moesten priesteropleidingen komen, maar verder bleef veelal hetzelfde.

bron: geschiedeniswerkplaats

Kenmerkend aspect 20:de hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid

Door handel komt er een hernieuwde belangstelling voor de culturele prestaties in de Klassieke Oudheid. Kunstenaars en schrijver bestuderen de klassieke vormentaal en vinden hierin inspiratie voor een nieuwe kunststroming: de Renaissance.

In de literatuur krijgt de heroriëntatie op het klassieke erfgoed de naam humanisme. Zo werd door Erasmus de Bijbel onder de loep genomen. De Bijbel was een Vulgaat (vertaling van Hebreeuwse en Griekse teksten) en moest dus onderzocht worden. Hij zet hiermee onbedoeld de eerste stap naar de kerkhervorming. Vasari schreef het eerste kunsthistorisch werk: het streven naar perfectie ging een belangrijke rol spelen in de kunst van de Renaissance.

bron: geschiedeniswerkplaats