Kenmerkend aspect 6:de groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreid

Toen de Romeinen heel Italië hadden verovert, wilden ze ook Carthago. Dit leidde tot de Eerste Punische Oorlog (264 – 241 voor Christus). Bij deze oorlog kregen de Romeinen Sicilië en gingen de Carthagers zich uitbreidden naar Spanje (rijke zilvermijnen). Toen in 219 voor Christus een delegatie uit Spanje de Romeinen om hulp vroegen, brak de Tweede Punische Oorlog uit (218 – 201 voor Christus). De Carthaagse veldheer Hannibal stak met olifanten de Alpen over en kreeg jarenlang delen van Italië in zijn macht. Toen de Romeinen naar Noord-Afrika vetrokken, versloegen ze Carthago volledig in 146 voor Christus. Deze gebiedsuitbreidingen zijn het begin van het Imperium Romanum.

Door de groei van het Romeinse Rijk worden de volkeren in Europa beïnvloed door de Grieks-Romeinse cultuur: romanisering. Het Romeinse imperialisme leidde uiteindelijk tot de ondergang van de Romeinse Republiek. Door de vele oorlogen waren de generaals belangrijker en machtiger geworden dan de senaat. De machtigste generaals waren Pompeius (Seleucidenrijk verslagen) en Caesar (Galië verovert). De rivaliteit tussen Pompeius en Caesar leidde in 49 voor Christus tot een burgeroorlog die Caesar won. Hij werd gezien als een bedreiging voor de Republiek en werd dus vermoord door de senaat.

Zijn adoptiefzoon Augustus werd de eerste keizer en bracht het Romeinse Rijk weer op orde (30 voor Christus). Sommige Gallische stadjes werden tot hoofdstad gemaakt van een reeds bestaand civitas (district) of samengevoegde civitates. De hoofdstad was een administratie centrum waar de belasting geïnd werd. De steden kregen een forum (centraal plein), tempels, bestuursgebouwen, amfitheater, etc. Op het platteland waren villae rustica (landbouwbedrijven met een luxe villa). Ze leverden graan aan de Romeinen aan de Rijngrens. De Romeinen bouwden ook een wegennet voor verplaatsing van legers en voor het drijven (en dus verdere cultuur verspreiden) van handel. Mensen uit de geromaniseerde gebieden hebben nooit over zichzelf geschreven, want alleen de Romeinen konden schrijven.

bron: geschiedeniswerkplaats

Kenmerkend aspect 5:de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

De Griekse cultuur ging zich ver buiten Griekenland verspreiden: hellenisme. Grieken vormden de bovenlaag en hadden volledig burgerschap. Voor een beter leven was het leren van de Griekse taal en cultuur noodzakelijk. De hellenistische koninkrijken waren welvarend. De vuurtoren op het eilandje Pharos (bij Alexandrië) was een bewijs van het hoge technische niveau van de Griekse bouwers.

In 31 voor Christus versloegen de Romeinen Cleopatra en beëindigden de hellenistische periode. De Romeinen kwamen voor het eerst in aanraking met de Griekse cultuur toen zij Zuid-Italië hadden veroverd. Griekse beelden werden als oorlogsbuit meegenomen naar Rome. Ze bouwden naar hellenistisch voorbeeld.  De bevolking van de veroverde gebieden kwamen als slaven op het land van de Romeinen, waaronder ook Griekse geleerden. Via hen kwam ook de Griekse cultuur en wetenschap in de Romeinse maatschappij. De Romeinen bewonderden en minachtten de Grieken. De Romeinen namen de vormentaal van de Grieken over, maar hielden vast aan wat ze gewend waren.

Er zijn 2 belangrijke Romeinse verbeteringen in de bouwkunst:

  • Beton (licht en sterk)
  • Boogconstructie (grote ruimtes overkoepelen en druk over dragende muren verdelen)

De combinatie is terug te zien in koepels, amfitheaters en aquaducten.

bron: geschiedeniswerkplaats