Historische vaardigheden: structuurbegrip tijdvakken / periodes / jaartallen

  • De namen en jaartallen van de tien tijdvakken worden niet getoetst. Als je ze kent, helpt het wel bij de beantwoording van de vragen.
  • Je moet wel de vijf historische periodes kennen en weten wat de kenmerken daarvan zijn.
  • Je krijgt regelmatig chronologievragen waarin je circa zes gebeurtenissen/ personen/ ontwikkelingen in de goede chronologische volgorde moet zetten. De jaartallen zelf hoef je niet te kennen, maar je moet wel weten wat eerder en later kwam.