Kenmerkend aspect 49:de ontwikkeling van pluriforme van multiculturele samenlevingen

VW-Werk, Wolfsburg Gastarbeiter

Na de Tweede Wereldoorlog was de doorbraakgedachte: verzuiling doorbreken, maar na WOII keerde de verzuilde partijen weer gewoon terug:

PvdA (SDAP & VDB)

ARP

KVP                 1977 – CDA

CHU

CPN

VVD

Er kwamen voor het eerst Rooms-Rode coalities (PvdA, KVP). Van 1948 tot 1958 waren er brede basiskabinetten. De PvdA hadden hier toch voordeel mee, omdat zij de minister-president mochten leveren. De welvaart in Nederland ontstond door handel met Duitsland en de ontdekking van een gasveld. Door dekolonisatie komen veel inwoners uit voormalige koloniën naar Europa.

In de jaren ’50 en ’60 was er ook sprake van een arbeidstekort, waardoor gezocht werd naar arbeidskrachten in andere landen. Deze gastarbeiders zouden naar enige tijd terugkeren naar het vaderland, maar er kwam juist gezinshereniging.

Vanaf de jaren ’80 groeit het aantal mensen dat, op de vlucht voor oorlog en ellende, in Europa asiel aanvraagt. Door de grotere welvaart, de verzorgingsstaat, de verbeterde gezondheidszorg en de gestegen levensverwachting groeit de Europese bevolking enorm. De West-Europese staten veranderen in multiculturele samenlevingen. Het zijn pluriforme samenlevingen waarbinnen mensen met verschillende waarden, normen en leefstijlen samen leven en werken.

bron: geschiedeniswerkplaats

Kenmerkend aspect 48: de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding geeft tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen

Vanaf 1949 – 1973 is de periode van economische groei in West-Europa. Door automatisering, rationalisatie, het werken in ploegendiensten en schaalvergroting in de landbouw en het bedrijfsleven stijgt de jaarlijkse productie in alle sectoren. Door de welvaartsgroei kon de overheid de Nederlanders een uitgebreid pakket aan sociale voorzieningen bieden: AOW, kinderbijslag, werkloosheidsuitkeringen en een regeling voor arbeidsongeschikten. Dit is de verzorgingsstaat. We kwamen langzaam aan terecht in een consumptiemaatschappij.

  • Politiek-economische veranderingen vanaf de jaren ’60:
  • De overheid groeit en gaat een grotere maatschappelijke rol spelen
  • Opbouw van de verzorgingsstaat en dus uitbreiding van de sociale wetgeving
  • Door verlenging van de leerplicht wordt het onderwijsniveau hoger
  • Sociaal-culturele veranderingen vanaf de jaren ’60:
  • Door de toenemende welvaart ontstaan er jongerenculturen en de protestgeneratie. Jongeren hebben minder respect voor ouders, leraren, politie en politici.
  • Tweede Feministische golf: jonge vrouwen willen gelijke kansen in de maatschappij op het gebied van werk, buitenshuis en loon.
  • Vrijere opvattingen over huwelijk en seksualiteit

Deze sociaal-culturele veranderingen leiden tot verdergaande democratisering, individualisering, deconfessionalisering, ontkerkelijking, ontzuiling en grotere arbeidsparticipatie van vrouwen.

bron: geschiedeniswerkplaats

Kenmerkend aspect 46:de dekolonisatie die een eind maakt aan de westerse hegemonie in de wereld

Algerije

Algerije was de belangrijkste kolonie van Frankrijk. Er woonden veel Fransen en andere nationaliteiten. Vanwege het opkomende nationalisme, kwam Algerije op tegen de overheersing. Dit leidde tot de oorlog tussen Frankrijk en Algerije (1954 – 1962). Pas toen Charles de Gaulle aan de macht kwam, werd het zelfbeschikkingsrecht van Algerije bespreekbaar. Na een hevige, bloedige strijd werd Algerije in 1962 onafhankelijk verklaard.

China

Van 1945 – 1949 was er in China een burgeroorlog tussen de nationalistische Chiang Kaisjek en de communistische Mao Zedong. De communisten wonnen en tegenstanders vluchtten naar Taiwan.

De communisten wonnen en Mao riep in 1949 de Volksrepubliek uit (gesteund door de SU). Chiang Kaisjek vluchtte naar Taiwan en stichtte daar de Republiek China (gesteund door de VS). In 1958 was de Grote Sprong Voorwaarts waarin het boerencommunisme werd verheerlijkt. Ook kondigde Mao Zedong de Permanente Revolutie aan, waarmee hij wou aangeven dat China een communistische heilstaat was, omdat de revolutie nooit zal stoppen. De Volksrepubliek kwam o.a. hierdoor in een internationaal isolement terecht. De SU brak met de Volksrepubliek China, omdat:

  • Mao Zedong nam afstand van de Sovjet-politiek van vreedzame co-existentie.
  • Er kwam onderlinge rivaliteit om het leiderschap van de internationale communistische beweging.
  • Ze wilden het communisme op verschillende wijzen in de praktijk brengen: de SU zagen de industriearbeiders als motor, China zagen de boeren als motor.

In 1966 kwam de culturele revolutie op in China. Mao Zedong riep jongeren op om zich te mobiliseren en de revolutie te gaan leiden. Zij moesten het communisme aan de mensen overbrengen. Mao liet het leger uiteindelijk ingrijpen. De Republiek China kreeg een zetel in de VN. Voor de VS was, ondanks de breuk, de Volksrepubliek China even gevaarlijk als de SU. De Amerikaanse containmentpolitiek breidde zich uit: Europa en Azië moesten nu beschermd worden tegen het communisme.

De dominotheorie (1954): als één land communistisch werd, zou een hele reeks landen als dominostenen voor het communisme ‘omvallen’: Indochina (Vietnam, Laos en Cambodja), Thailand, Birma, Maleisië en Indonesië. De VS en de SU gebruikte de volgende middelen om hun belangen in Zuid-Oost-Azië te behartigen:

  • Economische hulp geven (SU alleen aan China, Noord-Vietnam en Noord-Korea)
  • Steunen of oprichten van marionettenregeringen: regeringen die geen zelfstandig beleid konden voeren. Ze waren afhankelijk van de steun van grote mogendheden.
  • Militaire steun en eventueel militair ingrijpen.

Koreaanse oorlog (1950 – 1953)

Ook wel de ‘vergeten oorlog’. Korea was opgedeeld in Noord (door SU opgerichte communistische staat) en Zuid (dictatuur gesteund door de VS). In 1950 trok het Noord-Koreaanse leger de grens (38ste breedtegraad) over naar Zuid-Korea. De VN werd bij elkaar geroepen om Zuid-Korea te helpen. De SU kon haar vetorecht niet uitspreken, omdat ze de Veiligheidsraad had geboycot na een veto van de VS tegen de toelating van de Volksrepubliek China. Een VN-leger schoot Zuid-Korea te hulp. Het VN-leger wist de Noord-Koreanen te verdrijven tot de grens van China en Noord-Korea. China stuurde toen een leger om het VN-leger weer te verdrijven tot achter de 38ste breedtegraad. In 1953 werd een wapenstilstand bereikt. De gevolgen van de Koreaanse Oorlog:

  • Gevolgen voor Korea

Noord- en Zuid-Korea bleven gescheiden. Er vielen veel doden en de armoede steeg.

  • Gevolg voor de houding van het Westen

De vrees voor het communisme nam toe

  • Gevolgen voor de buitenlandse politiek van de VS

West-Duitsland kreeg toestemming om een leger op te richten. In Azië nam de VS anti-communistische maatregelen: meer steun aan Taiwan, meer steun aan de Fransen in Vietnam en in een vredesverdrag met Japan werd vastgelegd dat de VS luchtmachtbases in Japan behielden.

Vietnam

Vietnam werd in WOII bezet door Japan. Ho Tsji Minh richt dan een militaire organisatie op: de Vietminh, met als doel Vietnam te bevrijden van de Franse en Japanse bezetters. In 1945 riep hij Democratische Republiek Vietnam uit. De aanhangers van Ho Tsji Minh verzamelen zich in het noorden van Vietnam. Frankrijk wil hun kolonie terug en stuurde een leger naar Vietnam, benoemde een Vietnamese regering (voor Frankrijk) en zette een Zuid-Vietnamees leger op de been. In Dien Bien Phoe werd het Franse leger verslagen (mei 1954). De Fransen trokken zich terug. De toekomst van Vietnam werd besproken op een Conferentie in Genève. Hier kwamen de Akkoorden van Genève (juli 1954). 3 belangrijke bepalingen:

  1. De nieuwe grens van Vietnam: de 17de breedtegraad
  2. Zowel Noord als Zuid moesten neutraal zijn
  3. Binnen 2 jaar zouden democratische verkiezingen gehouden worden, om Vietnam te herenigen onder een zelf gekozen regering

Na 1954 werd Noord-Vietnam een communistische staat o.l.v. Ho Tsji Minh en Zuid-Vietnam werd autoritair geregeerd door de katholieke Ngo Dinh Diem. Hij werd gesteund door de VS. De democratische verkiezingen werden tegengehouden door de VS en de Zuid-Vietnamese regering, omdat ook zij verwachtten dat Ho Tsji Minh de verkiezingen zou winnen. Een verenigd Vietnam zou dus een communistische staat worden, waardoor de dominotheorie in werking zou worden gezet. In 1960 werd in Zuid-Vietnam een volksbevrijdingsleger opgericht, de Vietcong, gesteund door Noord-Vietnam. Zij bleken voor Zuid-Vietnam onverslaanbaar, omdat:

  • Zuid-Vietnam de toevoer van wapens voor de Vietcong niet kon tegenhouden
  • De dictatoriale Zuid-Vietnamese regering niet gesteund werd door de bevolking

President Johnson besloot dat een echte oorlog noodzakelijk werd: bombarderen en troepen-interventie. De weg tot het bombarderen en het sturen van grondtroepen werd voor president Johnson vrijgemaakt door 3 factoren:

  • Het Tonkin-incident (1964)

Noord-Vietnamese torpedo-aanvallen op marineschepen van de VS

  • De Tonkin-resolutie

De resolutie gaf president Johnson de bevoegdheid alle noodzakelijke maatregelen te nemen om de agressie in Zuid-Oost-Azië tegen te houden.

  • De verkiezingsoverwinning van Johnson

Johnson had bij de presidentsverkiezingen een grote overwinning behaald en vertrouwde erop dat het Congres en het volk zijn maatregelen zouden goedkeuren.

De luchtmacht van de VS werd ingezet voor massale bombardementen ( Rolling Thunder 1965 – 1968) met als doel Noord-Vietnam zo te bombarderen dat het zijn steun aan Vietcong zou beëindigen. Grondlegers werden ingezet om de Vietcong en Noord-Vietnamese soldaten uit te schakelen. Het lukte de VS niet om deze oorlog te winnen, omdat men niet op kon tegen de guerrilla-tactiek van Noord-Vietnam en ze geen steun kregen van het volk. Op de televisie in de VS en in het Westen werden dagelijks heftige oorlogsbeelden getoond, wat voor massale protesten zorgden.

President Nixon (1968) wou de oorlog met een eervolle vrede beëindigen. Allereerst nam het versterkte Zuid-Vietnamese leger de strijd van de VS over. Om Noord-Vietnam tot onderhandelingen te dwingen, liet Nixon Noord-Vietnam en de aanvoerlijnen in Cambodja en Laos bombarderen. In 1972 bezocht Nixon Beijing en Moskou. Dit was het begin van de Amerikaanse driehoeksdiplomatie: om de Vietnamoorlog een eervol einde te geven, moesten zowel de SU als de Volksrepubliek China druk uitoefenen op de leiders van Noord-Vietnam om zich soepeler op te stellen bij de vredesonderhandelingen. Voor elke prestatie die Amerika leverde, werd een tegenprestatie verwacht (pingpongdiplomatie). De VS verbetert de relatie met de SU door wapenvermindering  en gunstige handelsvoorwaarden te bespreken. Als tegenprestatie voert de SU druk op Noord-Vietnam uit. De VS verbetert de relatie met China door de Volksrepubliek als wettige China te erkennen en hun een permanente zetel in de VN te geven. Ook Volksrepubliek China moest als tegenprestatie meer druk uitvoeren op Noord-Vietnam. In januari 1973 werden de Parijse Akkoorden ondertekend.

Gevolg:

  • In 1975 veroverde Noord-Vietnam Zuid-Vietnam en werd Vietnam één communistische staat.
  • De VS beschouwde niet langer ieder bewind als een geschikte bondgenoot tegen het communisme.

Afrika

Ook in Afrika is de Koude Oorlog merkbaar en proberen de VS en de SU hun invloed uit te breiden. Veel voormalige koloniën waren blij met hun onafhankelijkheid, maar kozen er toch voor om zich ‘aan te sluiten’ bij één van de machtsblokken. Ze kozen voor het machtsblok dat het beste bij hun land pasten qua ideologie, economie en godsdienst. De meeste Afrikaanse landen kozen voor het Westen. Er waren wel een aantal landen die zich bij de SU aansloten, maar uiteindelijk toch naar het Westen overliepen.

  • Ethiopië

In 1974 was Ethiopië een republiek, gesteund door de SU, maar er heerste een burgeroorlog en de SU verloor hun interesse. In 1991 werd de communistische regering afgezet.

  • Angola

In 1975 werd Angola na een lange strijd onafhankelijk. De belangrijkste bevrijdingsbewegingen zijn de linkse MPLA (gesteund door SU en Cuba) en de rechtse FNLA (gesteund door VS en Zuid-Afrika). Er breekt een burgeroorlog uit (1975 – 2002).

  • Mozambique

In 1975 werd Mozambique onafhankelijk en kreeg een communistische regering de macht. In 1994 kwamen er democratische verkiezingen en een meerpartijenstelsel.

  • Namibië

In 1966 was er gewapend verzet van de communistische bevrijdingsbeweging tegen hun overheersers Zuid-Afrika. De communisten hadden de macht tot 1990, toen werd Namibië ook een onafhankelijke staat met democratische verkiezingen.

Sinds 1948 was het regime van apartheid in Afrika (blank boven zwart). Verzet, onder leiding van Nelson Mandela, hiertegen werd bloedig neergeslagen

bron: geschiedeniswerkplaats

Kenmerkend aspect 45:de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog

Na WOII nemen de spanningen tussen de SU en de VS toe. Er ontstaan twee ideologische blokken. Ze willen allebei vanuit hun eigen ideologie hun invloedssfeer uitbreiden. Er ontstaat wederzijds wantrouwen. Het wantrouwen is ontstaan door:

  • In 1919 ontstond de Komintern. Hun doel was de hele wereld communistisch te laten worden, wat het Westen als een bedreiging zag.
  • De SU vroeg om hulp van het Westen toen het aangevallen werd door Duitsland, maar kreeg dit pas veel later.
  • De SU sloot een niet-aanvalsverdrag met Duitsland en vielen samen Polen binnen.
  • De SU hielp de communistische partij in Polen aan de macht.
  • Botsende ideologieën
 Communisme (SU)Westers systeem
Sociale verhoudingenKlasseloze samenlevingGelaagde samenleving
Houding tegenover andere landenNastreven van een communistische wereld-revolutieRespecteren van andere regeringsvormen mits deze de eigen regeringsvorm niet bedreigen
Politieke stelselCommunistische partijdictatuurParlementaire democratie
Staat versus individuTotalitaire staat, collectief staat centraal.Democratie, individu staat centraal.
EconomiePlaneconomie: vijfjarenplanKapitalisme met vrij ondernemerschap
WaardenGelijkheid, solidariteitVrijheid, individuele vrijheid

Op de Conferentie van Jalta (februari 1945) kwamen Roosevelt, Churchill en Stalin bijeen om de voortzetting van de oorlog en de toekomst van Duitsland en Europa te bespreken. Op 8 mei viel het Duitse Rijk en eindigde WOII. Op de Conferentie van Potsdam (juli 1945) kwamen Truman, Attlee en Stalin ‘opnieuw’ bijeen om de toekomst van Duitsland te bepalen. De SU en VS kwamen fel tegenover elkaar te staan:

  • SU wou Duitsland militair zwak houden, hoge herstelbetaling invoeren en een regering toelaten die niet tegen de SU was.
  • Het westen wou een zelfvoorzienend Duitsland met een democratische regering en lage herstelbetalingen.

Er komen alleen tijdelijke besluiten tot stand. Dit waren de besluiten:

  • Zowel Duitsland als Berlijn werd verdeeld in 4 bezettingszones (SU, US, ENG & FR)
  • Oostenrijk werd losgekoppeld van Duitsland en verdeeld in 4 bezettingszones
  • Duitsland moest gebied aan Polen afstaan
  • Politiek op democratische grondslag
  • Nazisme uitroeien en oorlogsmisdadigers vervolgen
  • Duitsland volledig ontwapenen en oorlogsindustrie ontmantelen
  • Duitsland moest aan herstelbetalingen voldoen
  • Duitsland wordt een economische eenheid (dit werd alleen niet behaald)

Blokkade van West-Berlijn (1948 – 1949)

In juni ’48 werd de mark vervangen door de D-mark, waarbij de waarde gekoppeld werd aan de dollar. Het gevolg was de blokkade van West-Berlijn door de SU: alle wegen vanuit de westerse zones naar Berlijn werden afgesloten. Hierdoor ontstond de Amerikaanse luchtbrug: transportvliegtuigen voorzagen West-Berlijn van voldoende voorraden. In mei 1949 hief Stalin de blokkade op, met als gevolg:

  • Splitsing van Duitsland: in mei ’49 ontstond de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) in het Westen en in oktober ’49 ontstond de Duitse Democratische Republiek (DDR) in het Oosten.
  • Oprichting van de Westerse NAVO in 1949. Het doel was gezamenlijke verdediging tegen buitenlandse aanvallen.
  • Oprichting van het Oosterse Warschaupact in 1955. Het doel was om het Oostblok, en met name het communisme, verdedigen tegenover het Westen.

bron: geschiedeniswerkplaats

Kenmerkend aspect 42:de Duitse bezetting van Nederland

Krieg im Westen: Durchmarsch der deutschen Truppen durch Amsterdam. PK-Jäger- Scherl Bilderdienst Mai 1940 1207-41

Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Koningin Wilhelmina en haar regering vluchtten naar Londen. Zij sprak haar volk toe via de radio. De bezetting van Nederland gebeurde in 2 fases:

  1. Duitsers probeerden de Nederlanders met zachte hand te nazificeren. Er was weinig verzet. In 1941 was de Februaristaking waarbij Nederlanders in staking gingen als reactie op de Duitse razzia (hardhandig oppakken van joden) 
  2. De Nederlandse bevolking werd met harde hand onderdrukt. Er werden veel Nederlandse joden via kamp Westerbork naar vernietigingskampen gestuurd. De Nederlandse economie stond volledig in dienst van de Duitse oorlogsvoering.

In de loop van 1942 – 1943 groeide het verzet als gevolg van beperkende maatregelen als de avondklok, het verbod op politieke partijen, het verbod op radio’s, het distributiestelsel (goederen op bon) en het afvoeren van joden. In 1944 bevrijdden Geallieerden het zuiden van Nederland. Dit werd gevolgd door de hongerwinter (1944 – 1945). Op 5 mei 1945 werd Nederland bevrijd.

bron: geschiedeniswerkplaats