Kenmerkend aspect 24:de bijzondere plaats in staatkundig opzicht en bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

De macht van de Republiek lag bij de 7 Gewestelijke Staten. Zij stuurden elk een regent naar de Staten-Generaal voor overleg. In de Staten-Generaal golden 3 dingen:

  • Lastbrief
  • Ruggespraak
  • Eenparigheid van stemmen

De raadspensionaris was Johan van Oldenbarnevelt en de stadhouder was Maurits. Het Twaalfjarige Bestand (1609 – 1621), de wapenstilstand met Spanje, zou ervoor zorgen dat Maurits werkloos werd. Er ontstond een splitsing in de calvinistische kerk:

  • Rekkelijken (o.l.v. Arminius). Zij waren de gematigden uit de zeegewesten, hiertoe behoorde Van Oldenbarnevelt
  • Preciezen (o.l.v. Gomarus). Zij waren radicalen uit de landgewesten en vonden dat het calvinisme tot in de uiterste consequentie doorgevoerd moest worden in de gehele samenleving. Maurits sloot zich hierbij aan.

Maurits won deze strijd, waardoor in 1617 de Scherpe Resolutie kwam. Van Oldenbarnevelt stelde maatregelen op waardoor de militaire macht van Maurits nog meer beperkt werd: Hollandse steden namen voortaan zelf soldaten in dienst voor het handhaven van de openbare orde. Die soldaten hoefden zich alleen te verantwoorden tegen de lokale besturen. Maurits nam wraak en zorgde ervoor dat Van Oldenbarnevelt beschuldigd werd van samenzwering, gearresteerd werd en ter dood werd veroordeelt (1619). Maurits werd in 1621 opgevolgd door Frederik Hendrik, die een einde maakte aan het Twaalfjarig Bestand. Van 1650 – 1672 was het eerste Stadhouderloze Tijdperk: een stadhouder vond men niet meer nodig na de vrede van Münster. Van 1654 – 1660 was de Acte van Seclusie waar de Oranjes uitgesloten werden om stadhouder van Holland te worden.

Grote delen van Holland kwamen onder het niveau van de zeespiegel te liggen, waardoor boeren zich veel gaan specialiseren in de veeteelt. De 17e eeuw gaat de geschiedenis in als de Gouden Eeuw voor de Republiek. De Republiek werd welvarend door:

  • De moedernegotie: in 1585 werd door de Nederlanden de Westerschelde afgesloten, waardoor Amsterdam de belangrijkste havenstad werd (in plaats van Antwerpen). Amsterdam werd de stapelmarkt, waar het hout en graan uit het Oostzeegebied tijdelijk werd opgeslagen. De stapelfunctie was erg belangrijk, omdat de aanvoer van producten door stormen, misoogsten en oorlogen onregelmatig en onzeker kan zijn.
  • Ondernemerschap krijgt veel ruimte, omdat er geen feodale traditie in de landbouw heerst
  • De aanwezigheid van bruikbare waterwegen
  • Religieuze tolerantie levert de steden veel migranten op die de handel en nijverheid verder laten groeien.

bron: geschiedeniswerkplaats