Kenmerkend aspect 2: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

De landbouw werd uitgevonden in het gebied ‘Vruchtbare Halvemaan’ (Mesopotamië). Door een goed klimaat werd landbouw mogelijk gemaakt, waardoor de bevolking groeide. Boeren werden sedentair (vestigen op één vaste plek), gingen dieren domesticeren en werkten met nieuwe werktuigen (sikkels, ploegen, maalstenen). Ze maakten voor het eerst aardewerk om o.a. zaden te bewaren. De mensen kregen meer bezittingen, waardoor ook een sociale hiërarchie opkwam.

De landbouw was succesvol door de irrigatielandbouw: op vruchtbaar slib van de oevers werd verbouwd en kreeg door een ingewikkeld systeem van kanalen watertoevoer. Hierdoor ontstonden de eerste dorpen aan de oever van de Eufraat en de Tigris. Hillman-theorie: in de laatste IJstijd en tijdens de opwarming van de aarde was er een nog koudere periode waardoor men gedwongen was granen te domesticeren.

bron: geschiedeniswerkplaats