De wraak van Alva.

Het verzet van Utrecht tegen de Tiende Penning

In de jaren 1568-1572, aan het begin van wat later de Tachtigjarige Oorlog werd genoemd, verzetten de Staten van Utrecht en het stadsbestuur zich tegen de belastingplannen van de nieuwe Spaanse landvoogd. De invoering van een omzetbelasting van 10 procent op handel en nijverheid was volgens hen ongerechtvaardigd. Utrecht behoorde namelijk niet tot de Bourgondische erflanden en eiste een uitzonderingspositie op. Het verzet bleef niet zonder gevolgen en bleek uiteindelijk vergeefs.

Tijdschrift Oud-Utrecht 6 (2021) 4-8.

Canon van Nederland:De Opstand

Tijdens de Nederlandse Opstand, beter bekend als Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komen de Nederlandse gewesten in verzet tegen koning Filips II van Spanje. In 1588 ontstaat uiteindelijk de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Geuzen
Filips II volgt in 1555 zijn vader Karel V op als heer der Nederlanden. Een jaar later wordt hij ook koning van Spanje. Filips neemt een aantal maatregelen die in de Nederlanden boosheid veroorzaken. Door het bestuur te centraliseren probeert hij meer macht naar zich toe te trekken. Daarnaast wil hij de scheuring in de kerk bestrijden: iedereen die zich bekeert tot de nieuwe stroming van de protestanten moet de doodstraf krijgen.

Om Filips een halt toe te roepen bieden tweehonderd Nederlandse edellieden landvoogdes Margaretha van Parma, halfzus van Filips, een smeekschrift aan. Zij vragen om godsdienstige verdraagzaamheid en opschorting van de vervolgingen. De landvoogdes schrikt van hun aantal, maar een raadsheer zegt kalmerend: ‘Het zijn maar geuzen (bedelaars).’ Met het smeekschrift bereiken ze niets, maar de edelen vatten de benaming ‘geuzen’ op als erenaam. Ze komen steeds openlijker in verzet.

Hagepreken en Beeldenstorm
Ondertussen krijgt de Frans-Zwitserse hervormer Calvijn in de Nederlanden een grote aanhang. De protestanten of ‘calvinisten’ verzamelen zich steeds vaker om in de buitenlucht naar rondtrekkende predikanten te luisteren. Zij vinden dat zij zich tegen hun vorst kunnen verzetten als die zich niet houdt aan de Bijbel. Op 10 augustus 1566 leidt zo’n ‘hagepreek’ in het Westvlaamse Steenvoorde tot de bestorming van een nabijgelegen klooster waarbij de religieuze beelden worden vernield.

In de maanden daarop verspreidt de ‘Beeldenstorm’ zich van de Zuidelijke naar de Noordelijke Nederlanden. De beeldenstormers, afkomstig uit alle lagen van de bevolking, richten hun woede op de beelden in kerken en kloosters. Deels uit haat tegen de katholieke geestelijkheid, maar ook uit wanhoop vanwege honger en armoede.

De opstand wordt een oorlog
Filips stuurt hierop een leger van tienduizend man naar de opstandige gewesten, onder leiding van de hertog van Alva, de nieuwe landvoogd. Alva stelt een strenge rechtbank in om de opstandelingen te straffen. Deze Raad van Beroerten staat al snel bekend als de Bloedraad.

De militair opperbevelhebber in de Nederlanden, Willem van Oranje, brengt een leger bijeen. Tijdens de Slag bij Heiligerlee, op 23 mei 1568, wordt Groningen deels op de Spanjaarden veroverd. Als straf laat de hertog van Alva in Brussel twintig edelen ter dood brengen, onder wie de prominente graven van Egmont en Horne.

In reactie hierop kapen de opstandelingen schepen om de oorlog vanaf zee voort te zetten. Deze ‘watergeuzen’ veroveren onder leiding van Willem van Oranje eerst Den Briel (1572) en vervolgens onder meer Alkmaar (1573) en Leiden (1574). In 1579 ondertekenen de zuidelijke gewesten de Unie van Atrecht en verzoenen zich zo met Filips. Zeven noordelijke gewesten besluiten in datzelfde jaar in de Unie van Utrecht de strijd voort te zetten. Deze strijd krijgt soms het karakter van een burgeroorlog. De inwoners van de Nederlanden zijn diep verdeeld en nemen de wapens op tegen elkaar.

Plakkaat van Verlating
Op 26 juli 1581 ondertekenen de Staten-Generaal van de zeven gewesten het Plakkaat van Verlating. Hierin staat dat een vorst zijn onderdanen moet beschermen. Zo niet, dan is hij een tiran en mogen de onderdanen hem afzetten en een andere heerser kiezen. De Staten-Generaal beschrijven vervolgens de tirannieke daden van Filips en besluiten hem te verlaten. Ze zetten hem daarmee af als vorst. Het lukt het de gewesten daarna niet om een andere vorst te vinden. Daarom gaan ze in 1588 verder als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Opstand is eeuwenlang internationaal een inspirerend voorbeeld, bijvoorbeeld in de Amerikaanse strijd om de onafhankelijkheid.

bron: canonvannederland.nl

Kenmerkend aspect 22:het conflict in de Nederlanden dat resulteert in de stichting van een Nederlandse staat

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Karel V heerste over het Habsburgse Rijk: Spanje en koloniën, delen van Italië, Oostenrijk, Duitsland en de Nederlanden. Sinds 1515 trachtte Karel om van de 17 gewesten een eenheid te maken door het bestuur te centraliseren, oude privileges op te heffen en in alle gewesten dezelfde regels te laten gelden. In Brussel vestigde hij een centraal bestuursapparaat met 3 raden:

  • Raad van Financiën: beden regelen en belasting innen
  • Raad van State: adviesorgaan
  • Geheime Raad: opstellen van centrale wetten en regels

De Nederlanden kreeg een landvoogd en elk gewest een stadhouder. Karel V had een fel beleid tegen ketters, het Bloedplakkaat (elke ketter moet vervolgd worden). In 1555 volgde Filips II zijn vader op. Margaretha van Parma werd de landvoogdes van de Nederlanden. Zij overlegde veel met haar belangrijkste adviseur Granvelle, tegen de zin van het volk in. In 1562 werd de Liga (Horne, Egmond en Van Oranje) opgericht die het vertrek van Granvelle eisten. In 1566 boden de lage edelen een smeekschrift aan Margaretha met de vraag of het Bloedplakkaat en de inquisitie opgeheven kon worden. In datzelfde jaar werden er veel hagenpreken gehouden, waarin de hervormden de luisteraars aanmoedigden om kerkgebouwen te bezetten en heiligenbeelden te verwoesten. Dit is de Beeldenstorm. Filips verving hiernaar Margaretha van Parma door hertog Alva om de opstand neer te slaan. Hij stichtte de Bloedraad op en liet Egmond en Horne daar onthoofden. Willem van Oranje was gevlucht. In 1572 ondernam hij een veldtocht en vond zijn bondgenoten, de watergeuzen. Zij versloegen de Spanjaarden bij Den Briel. Niet veel later werd Willem van Oranje tot stadhouder benoemt. Dit was revolutionair, want alleen de landsheer mocht een stadhouder aanstellen. Alva slaagde er niet in de opstand neer te slaan en werd in 1573 vervangen door Requesens. In 1576 was de Spaanse Furie. De opstandige gewesten en de gewesten die trouw waren gebleven aan Filips II sloegen de handen ineen en sloten de Pacificatie van Gent. Daarin stond dat de Spaanse troepen het land uit moesten en er gewetensvrijheid moest komen. Filips II erkende de Pacificatie van Gent niet, omdat hij maar één geloof wilde. In 1579 kwamen er twee verbonden:

  • Unie van Atrecht: radicale rooms-katholieken die voor Spanje waren
  • Unie van Utrecht: radicale calvinisten die een militair verbond tegen Spanje sloten

In 1580 werd Willem van Oranje in de ban gedaan. Willem verdedigde de opstand nog, tevergeefs, in de Apologie. In 1581 besluit de Staten-Generaal Filips II niet langer als hun landheer te erkennen met de Acte van Verlatinghe. Graaf van Leicester werd door Engeland gestuurd, maar zijn bestuur maakte geen kans.  In 1584 werd Willem van Oranje vermoord. Na enkele pogingen een andere vorst voor de Nederlanden te vinden, besluiten de Staten-Generaal in 1588 dat het gebied ook zonder vorst bestuurd kan worden. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wordt uitgeroepen.

bron: geschiedeniswerkplaats

Hispania Victoria.

Militaire ongehoorzaamheid aan de Catherijnepoort van Utrecht in 1574.

‘Hispania, Hispania, Victoria, Victoria!’, echode de strijdkreet van een Spaanse soldaat over de Catharijnebrug op de vroege ochtend van dinsdag 17 december 1574. Zodra de stadsklokken van de kerk in Utrecht zes uur geslagen hadden, klonk er een krachtig tromgeroffel als signaal dat de aanval zou worden ingezet. Zo’n 6.000 tot 7.000 muiters uit het Spaanse leger openden hun aanval op de Catharijnepoort. De burgerwacht van Utrecht haaastte zich naar de stadspoort, waar zij een vijftal Spanjaarden onder leiding van de electo Juan Bianco, overmeesterden die via een ladder de poort overgeklommen waren in een poging deze voor hun kameraden te openen. Na een korte worsteling werd het vijftal neergestoken. Aan de hand van een Utrechts kroniek en literatuuronderzoek wil ik in dit artikel achterhalen wat de beweegredenen van deze Spaanse muiters waren om een aanval te openen op het Spaansgezinde Utrecht.

Mars et Historia 2 (2021)18-23.

Een noodlottige keuze.

Harmen Schinckel, boekdrukker en martelaar.

Boekdrukkunst, Philips Galle (toegeschreven aan atelier van), naar Jan van der Straet, ca. 1589 – ca. 1593

‘Mijn uutvercooren huijsvrouwe, alderliefste en dierbaerste pandt, dit schrijve ick ue tot den laetsten adieu-brief, voor mijne verhuijsinge uijt deze werelt.’Met deze woorden begon Harmen Schinkel zijn afscheidsbrief aan zijn vrouw en kinderen, voordat hij op 32-jarige leeftijd werd onthoofd wegens het drukken en verhandelen van ketterse boeken. Wat bezielde deze voormalige schoolmeester uit Delft om zo’n risico te nemen tijdens de religieuze onrust van 1566-1568?

Cultuurhistorisch magazine Delf 1 (2019) 8-11.