Historische vaardigheden: structuurbegrip representativiteit (van bronnen)

Bij bronnen wordt vaak de vraag gesteld of de bron ‘representatief’ is. Daarmee wordt bedoeld: in hoeverre geeft de bron de mening weer van het grootste gedeelte van de betrokken mensen bij dat onderwerp? Voorbeeld: In zijn brief beschrijft Boswell alleen het veranderde gedrag van Utrechtse regenten, wat de bron minder representatief maakt voor een onderzoek naar de regenten in de hele Republiek.

Let dus goed op in de vraag t.a.v. welk aspect de representativiteit wordt gevraagd. Representativiteit heeft dus te maken met de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van een bron.

In 95% van de gevallen is een bron niet representatief. Er is altijd wel een argument te vinden waarom een bron niet representatief is. Daarbij gaat het om aspecten als:

  •    Het is onduidelijk of het zijn privémening is of dat hij spreekt voor een grotere groep;
  •    Het is onduidelijk of wat hij schrijft voor deze groep/situatie of dat voor iedereen zo ook was.
  •    Het is onduidelijk of dit in andere gebieden ook het geval was;
  •    Het is onduidelijk of hij dit net toevallig zag/hoorde of dat het vaker voorkwam.