Historische vaardigheden:Spotprenten

Een bijzonder type beeldbron is de spotprent. Omdat er iets ‘bespot’ wordt, geeft de spotprent altijd een bepaalde mening (opvatting, standpunt, visie) weer. Bij een spotprent spelen daarom zaken als ‘betrouwbaarheid’ en ‘standplaatsgebondenheid’ een rol.

Om een spotprent goed te kunnen analyseren en het juiste antwoord te geven, volg je in algemene zin de aanpak van beeldbronnen, maar aangevuld met enkele specifieke zaken. De kern is:

  • Lees de vraag goed
  • Bekijk en lees de prent (beschrijf ‘in je hoofd’ wat je ziet, achterhaal tijd en gebeurtenis
  • Analyseer en interpreteer de symbolen en de spot (analyse – interpretatie).
  • Bepaal de mening van de tekenaar (conclusie).
  • Lees de vraag nog eens goed en beantwoord de vraag met bronelementen. Een vraag/spotprent kan over verschillende onderwerpen en invalshoeken gaan.
  • Lees de titel, het onderschrift en de toelichting (de tekstelementen) bij de bron goed. Daar wordt soms veel informatie gegeven over de maker, de tijd en wat er te zien is op de spotprent.
  • Bekijk de spotprent rustig en geconcentreerd. Let op details, symbolen, enz. (de beeldelementen).  Bepaal over welke tijd/gebeurtenis/persoon/personen de spotprent gaat. Beschrijf ‘in je hoofd’ de spotprent, maar verbindt er nog geen conclusies aan.
  • Analyseer de spotprent:
  • Welke personen/landen herken je?
  • Over welke gebeurtenis/situatie/verschijnsel gaat de prent?
  • Wat wordt centraal afgebeeld?
  • Wie staat op de voorgrond, wie op de achtergrond? Wat is hun relatie?
  • Geef een uitleg voor de symbolen van de prent:
  • Landen worden vaak met een metafoor, symbool of vlag weergegeven:
    • Nederland: leeuw, personen met klompen/tulpen/molens.
    •  Engeland: bulldog (hond), mannetje John Bull
    • Frankrijk: haan, het meisje Marianne
    • Rusland: beer, vanaf 1917 met hamer en sikkel
    • Amerika: ‘Uncle Sam’, zeearend, Stars and Stripes
  •  Personen/groepen worden ook vaak met een metafoor of symbool:
    •     Katholieken: rijke priesterkleding, Rome, bisschop met mijter, paus met pauskroon, enz.
    •    Protestanten: sobere kleding, bijbel.
  •  Als iemand op een troon zit, mensen geboeid zijn, een duivel in de buurt is, mensen boos/gemeen kijken, mensen wel of geen haast hebben, mensen blij/verdrietig zijn, enz., dan zijn dit belangrijke aanwijzingen.
  •  Let ook op:
  • tegenstellingen (in de afbeelding zelf, tussen wat mensen zeggen en wat mensen doen op de prent, tussen de titel van de prent en wat je echt ziet op de prent, enz.). Een belangrijke vorm van tegenstelling is ironie: Je zegt iets, maar bedoelt iets anders. Als Filips II Willem van Oranje vogelvrijverklaard, dan kun je zeggen “Filips had blijkbaar het beste voor met hem.’ (dus niet!)
  • overdrijvingen/karikaturen/vervormingen/stereotyperingen.

Bij een spotprentopdracht wordt altijd naar de mening /visie /standpunt / opvatting / boodschap / doel van de tekenaar gevraagd. Dit moet je uitleggen door expliciet bronelementen in je antwoord op te nemen. Als je niets uit de bron noemt waaruit dit blijkt, krijg je geen punten. Schrijf dus altijd voor de zekerheid: “In de bron staat /zie je ….., dus …… “