Kenmerkend aspect 17:het begin van staatsvorming en centralisatie

Door de komst van de geldeconomie wordt de organisatie van het landsbestuur makkelijker. Koningen heffen belasting, nemen ambtenaren in dienst om hun beleid en bestuur uit te voeren en leenmannen en soldaten komen in dienst van de koning.

In Engeland moest in 1215 koning John ‘zonder land’ de Magna Carta tekenen, waarmee de macht van de koning werd ingeperkt: ze konden niet meer zomaar belastingen opleggen of rechten tenietdoen zonder instemming van de standen.

De Honderdjarige Oorlog (1337 – 1453) was een oorlog tussen het Huis Valois (maakte aanspraak op de titel van koning van Frankrijk) en de Plantagenets (maakte aanspraak op de troon van Frankrijk en Engeland). In 1347 versloegen de Engelsen de Fransen. Onder leiding van Jeanne d’Arc drongen de Fransen echter de Engelsen weer terug. In 1450 sloten de Franse en Engelse koning vrede en werden de Engelsen definitief uit Frankrijk verjaagd. Het gebied van een koning wordt, vanuit een hoofdstad, meer centraal als een eenheid bestuurd door een overheid die zo veel mogelijk dezelfde regels en wetten (uniformering) toepast. De Franse koningen waren het meest succesvol in het centraliseren van hun macht. Door huwelijken, erfenissen en veroveringen breidden Franse koningen snel hun macht en grondgebied uit.

In 1363 wou Filips de Stoute een eigen staat stichten met de provincie Bourgondië. De Bourgondische hertog, Filips de Goede, stelde in 1464 een Staten-Generaal in: een vergadering van vertegenwoordigers van alle verschillende Bourgondische gewesten. De hertog wou een belasting op zout en een centrale organisatie van de rechtspraak. Veel Vlaamse steden kwamen in verzet tegen de belastingen en tegen de inbreuk op hun oude privileges (particularisme).

bron: geschiedeniswerkplaats