Historische vaardigheden: structuurbegrip kenmerkende aspecten

  •  Je moet alle kenmerkende aspecten kennen.
  •  Je moet de kenmerkende aspecten kunnen uitleggen aan de hand van voorbeelden, zoals personen, gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld: noem een verschijnsel dat bij het volgend kenmerkend aspect hoort: de opkomst van de stedelijke burgerij. Leg je antwoord uit.
  • Die vraag kan ook omgekeerd gesteld worden: je moet personen, gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen ook weer kunnen koppelen aan kenmerkende aspecten. Bijvoorbeeld: Bij welk kenmerkend aspect hoort Willibrordus? Leg je antwoord uit.
  • Je moet de kenmerkende aspecten kunnen uitleggen aan de hand van beeldbronnen die niet in het hand- of werkboek staan.