Kenmerkend aspect 10:het ontstaan en de verspreiding van de islam

In diverse visioenen openbaart Allah zich aan de profeet Mohammed (570 – 632). Hij vluchtte in 622 uit Mekka, naar Medina. Dit is de hedsjra en is het begin van de islamitische jaartelling. De boodschappen van Allah worden na Mohammeds dood vastgelegd in de 144 soera’s van de Koran. In minder dan 100 jaar zijn Noord-Afrika, het Midden-Oosten en grote delen van Azië veroverd door de islamitische Arabieren. Deze veroveringen deden zij om het geloof te verspreiden. De snelheid van de veroveringen heeft meerdere oorzaken:

  • Het Byzantijnse rijk en het Perzische rijk voerden oorlog en hadden weinig kracht over om de Arabieren te vechten.
  • De jihad: de religieuze verplichting die islamieten hebben om ‘zich in te spannen om het geloof te verbreiden en goede werken te doen.’
  • De Arabische paarden waren sterk en snel.

Volgens de Koran was kennis verwerven ook erg belangrijk. Zo werd in Bagdad een Huis van Wijsheid opgericht om klassieke geschriften te vertalen. Deze Arabische vertalingen zijn in West-Europa weer naar het Latijn vertaald. Islamitische geleerden hebben zelf vooral veel onderzoek gedaan in de anatomie en astronomie.

In de gebieden die zij veroverden werden zij de elite. De andere geloven werden met rust gelaten als zij het gezag accepteerden en extra belasting betaalden (dhimmi-status). Het veroverde gebied van de Arabische moslims werd het kalifaat genoemd. Het bestuur bleef vaak in een familie. De bekendste families waren de:

  • Omayyaden waren de leiders van 661 tot 750 en kozen Damascus als hoofdstad.
  • Abassieden waren de leiders vanaf 750 en kozen Bagdad als hoofdstad.

Over de kwestie ‘opvolger (kalief) van Mohammed’ was een tweedeling. Enerzijds waren de soennieten die zeiden dat een nieuwe leider niet van Mohammed hoeft af te stammen. En anderzijds waren de sjiieten die vonden dat een nieuwe leider wel moest afstammen van Mohammed. De eerste opvolger was Aboe Bakr, geen directe familie van Mohammed. De sjiieten accepteerden hem niet en zagen Ali, Mohammeds neef, als de ware opvolger.

Ook in Spanje zaten veel islamieten en van daaruit wilden ze Europa veroveren. In 732 was de Slag bij Poitiers dat gezien wordt als het moment dat Europa werd gered van een grootschalige islamitische invasie. Vanaf de 11e eeuw begonnen de noordelijke christenen aan een herovering van Spanje wat tot 1492 zou duren, de Reconquista.

bron: geschiedeniswerkplaats